Biotisch natuurlijk kapitaal is blinde vlek in MVO-beleid terwijl het juist een cruciaal aspect is

Summary
Rudi Daelmans over de kracht van ecosystemen en wat overheden kunnen doen om die te versterken
Biotisch natuurlijk kapitaal is blinde vlek in MVO-beleid terwijl het juist een cruciaal aspect is
library

Natuurlijk kapitaal wordt gezien als de gecombineerde voorraad van hernieuwbare en niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen die als geheel in een aanvoer van diensten voorziet die de welvaart van mensen mogelijk maakt. Biotisch natuurlijk kapitaal kan je zien als de levende natuur, die ons veel geeft maar steunt op ecosystemen die onder druk staan.

Natuurlijk kapitaal wordt gezien als de gecombineerde voorraad van hernieuwbare en niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen (zoals zuurstof, mineralen, planten en diersoorten) die als geheel in een aanvoer van diensten voorziet die de welvaart en het welzijn van mensen mogelijk maakt. Het is een term die vaak in de mond genomen wordt maar minder vaak terug te vinden is in MVO-rapportages. Als je het al terug vindt, is het terugdringen van het gebruik van grondstoffen een populaire. Deze veranderingen zijn relatief makkelijk meetbaar en de cijfers die hieraan zijn verbonden spreken tot de verbeelding waardoor bedrijven er graag over communiceren, zowel naar de aandeelhouders als de klanten. Vele grondstoffen, zoals schoon water en mineralen, vallen onder het abiotisch natuurlijk kapitaal. De tegenhanger ervan is daardoor onderbelicht in MVO-beleid: biotisch natuurlijk kapitaal.

Biotisch natuurlijk kapitaal kan je zien als de levende natuur. Dit bestaat uit een diversiteit aan soorten, interacties tussen die soorten en ecosystemen. Biotisch natuurlijk kapitaal levert de mens een reeks aan producten en diensten waar onze economie op gebaseerd is en die we regelmatig voorlief nemen. Denk hierbij aan schoon water, een vruchtbare bodem en, maar ook aan klimaatregulatie (bijvoorbeeld door de Amazone als ecosysteem). Dit kapitaal is in principe hernieuwbaar, maar kan ook uitgeput worden. Als een ecosysteem uit balans raakt levert het geen diensten meer, en kan het lastig weer opgebouwd worden. Dit is op grote schaal te zien in de stijgende temperaturen en je kan stellen dat de klimaatsverandering een effect is van de afbraak van biotisch natuurlijk kapitaal.

Toch is biotisch natuurlijk kapitaal een blinde vlek binnen MVO-beleid. Een van de belangrijkste redenen daarvoor is dat het lastig meetbaar te maken is. Hoe bereken je de waarde van een ecosysteem en hoe die veranderd als er een weg doorheen wordt getrokken? En of die weg onherstelbare schade aanbrengt aan het ecosysteem? Hoewel er al vele methodieken zijn geïnitieerd is er nog geen universeel gehanteerde maatstaf voor biotisch natuurlijk kapitaal. Deze zou pas echt betekenis krijgen als overheden deze zou hanteren als graadmeter.

In Frankrijk gaat men de eerste stappen zetten door grote bedrijven te verplichten publiekelijk te communiceren wat hun impact is op biodiversiteit. Biodiversiteit is hierin gebruikt als een aspect van biotisch natuurlijk kapitaal dat veel mensen kennen. Het effect hiervan is dat bedrijven moeten gaan nadenken over wat biodiversiteit is, wat de beste methode is om hierover te rapporteren, en hoe de benodigde informatie hierover in te winnen binnen het bedrijf en bij hun leveranciers. De meeste bedrijven zullen naast de rapportage op koolstofuitstoot ook moeten gaan rapporteren op de hoeveelheid vierkante meter land die benodigd is om diens producten te produceren en de kwaliteitsdegradatie van dat land.

Als voorbeeld van de afwegingen die een bedrijf moet maken ten aanzien van natuurlijk kapitaal schetsen we die van een vloerbedekkingsproducent. Als deze uitsluitend olie gebruikt als grondstof, is het landgebruik van dat bedrijf relatief klein. Echter is de uitstoot van koolstof tijdens het productieproces en de grondstoffen van de vloerbedekking, betrekkelijk hoog. Stel deze producent zou overgaan op biobased materialen, dan zou de berekening een stuk lastiger zijn en deze niet per se gunstiger uitvallen vanuit het perspectief van natuurlijk kapitaal. De uitstoot van koolstof zal dalen. Stel, wat vaak gebeurt, dat we geen rekening houden met de voedingstoffen, landbouwmaterialen en transformatieprocessen die nodig zijn voor de productie van de grondstoffen. De hoeveelheid vierkante meter echter die nodig zijn voor de productie van de biomassa zal in deze transitie onherroepelijk stijgen. Als elk bedrijf voor deze optie kiest, dan is de wereld niet groot genoeg voor productie van biomassa, infra, woningen, recreatie en andere vormen van landgebruik.

De meest efficiënte manier om koolstof op te slaan en dus biotisch kapitaal op te bouwen, is het behouden, beheren en aanleggen van bossen. In deze context is een bos meer dan een verzameling bomen, het is een ecosysteem waarin bomen een grote rol vervullen. Een ecosysteem heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen en is daarom echter wel een lange termijn oplossing. Het is dus voor bedrijven van belang om binnen hun productieketen te vragen naar grondstoffen die echt via sustainable agricultuur geproduceerd worden om de degradatie van bossen te voorkomen, maar ook om te investeren in de opbouw van bossen. Een organisatie die zich inzet voor zowel het duurzaam beheer van tropisch regenwoud is REDD+ Business Initiative (RBI). Lokale boeren worden binnen hun programma gestimuleerd om de bossen te onderhouden, en hoogwaardige producten te produceren, en zodoende de biodiversiteit in het Tambopata gebied in Peru te versterken. Op deze manier wordt geprobeerd het biotische kapitaal te beschermen en te vergroten.

Dit is een opiniestuk van Rudi Daelmans. Hij is sinds 2007 directeur duurzaamheid van Desso. Als onderdeel van de Tarkett-groep is Desso een toonaangevend merk voor duurzame en innovatieve tapijtvloeren.

Als ervaren pleitbezorger en pionier bij de implementatie van het Cradle to Cradle®-concept maakt Daelmans deel uit van een expertteam bij het Cradle to Cradle Products Innovation Institute en was hij actief in verschillende internationale projectgroepen op het gebied van de circulaire economie. Zo was hij betrokken bij het project Mainstream, een samenwerking tussen EMF en WEF en de CE100. Daelmans nam deel aan de Natural Captains om de impact van bedrijven op de biodiversiteit te begrijpen. Daarnaast maakt hij deel uit van de Business & Biodiversity-groep van de EU en is hij voorzitter van het REDD + Business Initiative (RBI), waar bedrijven vrijwillige VCS/CCB-credits kopen om ontbossing te voorkomen en betere bestaansmiddelen van inheemse volkeren in de Amazone te ondersteunen.

Related SDGs what are SDGs
Read more
There are no matches yet. Match to this library
No people have been matched yet. Match people here

Do you want to comment on this library-item?